zoeken

Praktijkruimte kunststof en composiet

Aandachtspunten rondom veiligheid en gezondheid in de praktijkruimte kunststof en composiet


Inhoud

Machineveiligheid

Werken met lasers

In de praktijkruimte Kunststof en composieten wordt gewerkt met optische, niet-ioniserende straling bijvoorbeeld bij laser(snij)technieken.  Omdat afgeschermde systemen met interlock-beveiliging worden gebruikt, zijn de risico’s bij normaal gebruik beperkt. Beschermende maatregelen zijn dan niet nodig. De meeste risico’s kunnen ontstaan bij onderhoud.

Wettelijke eisen

  • Op het laserapparaat moet een etiket aangebracht met daarop het soort laser, de klasse en het bundelvermogen.

Klassen

Omschrijving

1 en 1M

Veilig: 
Gering vermogen of ingesloten stralingsbron. Mag overal worden gebruikt zonder extra voorzieningen.

2 en 2M  

Niet volledig veilig
Zichtbare straling. Levert gevaar op wanneer langer dan 0,25s in de bundel wordt gekeken (tijd nodig om te knipperen).

3R

Beperkt gevaarlijk:
Zichtbare en onzichtbare straling. Normaliter geen risico voor onbeschermde ogen. Kans op oogschade wanneer met optische instrumenten in de bundel wordt gekeken.

3B

Gevaarlijk:
Zichtbaar en onzichtbaar licht. Directe en gereflecteerde bundel kunnen schade veroorzaken. Diffuse reflectie is niet gevaarlijk.

4

Zeer gevaarlijk:
Directe, gereflecteerde bundel én diffuse reflectie kunnen schade veroorzaken. Directe bundel kan brand of brandwonden veroorzaken.

 Klassen 2 t/m 4 dienen met een geel etiket te worden aangegeven op het apparaat. 

Een blootstellingsbeoordeling is vereist als er redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de kunstmatige optische straling tot gezondheidsschade kan leiden. Bij gebruik van een laser van klasse 3B of 4 is normaal gesproken een risicobeoordeling vereist, behalve als de werkgever de collectieve beschermingsmaatregelen treft waarvan de fabrikant aangeeft dat die de risicoklasse tot 1 verlagen, zoals een geheel gesloten systeem met interlockbeveiliging. Die interlockbeveiliging zorgt ervoor dat de laserbewerking alleen kan plaatsvinden bij een volledig gesloten deur van de omkasting.

Maatregelen

  • Gebruik voor lasersnijden alleen een gesloten systeem met interlockbeveiliging.
  • Zie toe op een juiste toepassing van de aanwijzingen van de fabrikant/leveranciers over gebruik, reiniging en beschermingsmaatregelen.
  • Onderhoud en controle moet worden uitgevoerd door daarvoor opgeleide technici. De omkasting mag alleen worden verwijderd door speciaal opgeleide technici. Onderhoud vindt plaats op basis van een onderhoudsplan.
  • Geef, voorafgaand aan hun werkzaamheden met lasers, de betrokken medewerkers en studenten voorlichting en onderricht over de risico’s op het gebied van machineveiligheid en over de te nemen maatregelen. Neem dit onderdeel ook op in het lesprogramma voor studenten. 

Werken met 3D-printers

3D-printen is een verzamelnaam voor driedimensionale printprocessen waarbij op basis van digitale driedimensionale tekeningen laag na laag producten worden geprint en opgebouwd. Daarvoor worden uiteenlopende technieken gebruikt. Het 3D-printen is nog steeds in ontwikkeling.   

Op het gebied van machineveiligheid zijn er bij 3D-printers vier aandachtsvelden:

  • aanraking hete delen
  • bewegende delen
  • elektriciteit
  • voorlichting en onderricht

Aanraking hete delen 
De temperatuur in de printkop van een 3D-printer kan oplopen tot circa 300 graden Celsius en die van het printbed tot zo’n 100 graden Celsius.

  • Docenten en andere toezichthouders zorgen dat zij de gebruikersvoorschriften van de fabrikant/leverancier  kennen, en zorgen dat bij gebruik van de 3D-printer door henzelf of door studenten deze voorschriften worden gevolgd. (Zie verder het onderdeel hieronder over Voorlichting en onderricht).
  • De 3D-printers zijn zo opgesteld en afgeschermd dat docenten en studenten die geen gebruik maken van de printer zich daar niet rondom begeven
  • Het aanraken van hete delen (tijdens en meteen na het printen) wordt geminimaliseerd en vindt wanneer noodzakelijk alleen plaats als beschermde handschoenen worden gedragen die voldoen aan de aanwijzingen van de fabrikant/leverancier.

Bewegende delen
Sommige 3D-printers werken met een beweegbare printkop die over een X-, Y- en Z-as beweegt. De printkop van de 3D-printer kan onverwachts gaan bewegen als de gewenste temperatuur bereikt is. Door het bewegen in drie verschillende richtingen is er bij niet-gesloten/niet-afgeschermde systemen van 3D-printers het gevaar op klem zitten van vingers. Datzelfde geldt bij eventuele bereikbare drijfriemen. Hoewel de motoren in 3D-printers die deze bewegingen aanvoeren niet krachtig genoeg zijn om ernstig letsel toe te brengen, zijn de volgende maatregelen vereist:

  • Kies bij aanschaf van 3D-printers zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd voor gesloten modellen, zodat de bewegende delen zijn afgeschermd.
  • Docenten en andere medewerkers die werken met 3D-printers zorgen dat zij de gebruikersvoorschriften van de fabrikant/leverancier kennen, en zorgen dat bij gebruik van de 3D-printer door henzelf of door studenten deze voorschriften worden gevolgd. (Zie verder het onderdeel hieronder over Voorlichting en onderricht).
  • De 3D-printers zijn zo opgesteld en afgeschermd dat docenten en studenten die geen gebruikmaken van de printer zich daar niet rondom begeven.
  • Er wordt op toegezien dat gebruikers zich niet met loshangende haren en/of kleding in de buurt van een 3D-printer begeven.
  • De 3D-printer is voorzien van een noodstop die voldoet aan de eisen zoals die zijn weergegeven in maatregel 4 van de algemene informatie over machineveiligheid in deze arbocatalogus.

Elektriciteit

  • Een 3D-printer beschikt over een nulspanningsbeveiliging, die voorkomt dat de printer na een stroomstoring meteen weer in beweging komt als de storing is opgeheven.
  • Zorg voor veiligheidsaarding en maak alleen gebruik van printers als de snoeren en stopcontacten onbeschadigd zijn.

Voorlichting en onderricht

  • Geef, voorafgaand aan hun werkzaamheden, studenten voorlichting en onderricht over de risico’s bij het gebruik van 3D-printers en over de te nemen maatregelen. Neem dit onderdeel ook op in het lesprogramma voor studenten.
  • Plaats machine-instructiekaarten bij 3D-printers waarop de risico’s en de benodigde maatregelen overzichtelijk worden weergegeven met korte teksten, foto’s en pictogrammen.

Zie ook de risico’s van gevaarlijke stoffen bij het werken met 3D-printers.

Gevaarlijke stoffen

In deze praktijkruimte wordt er op uiteenlopende manieren met diverse gevaarlijke stoffen gewerkt.
Meer algemene informatie over wetgeving en benodigde maatregelen is te vinden bij het algemene thema Gevaarlijke stoffen.

Stof

De aanpak van (fijn)stof is er steeds op gericht om de blootstelling zo laag mogelijk te houden, door:

  • Keuzes voor werkmethodes met de minste stofvorming (bijvoorbeeld materiaal laten knippen in plaats van zagen, nat bewerken van materiaal).
  • Gebruik van gereedschap met afzuiging en/of watertoevoer.
  • Werkzaamheden waarbij stof vrijkomt in een aparte ruimte, of buiten te verrichten.
  • Een stofarme kantoorwerkplek te creëren voor de docenten in de praktijkruimte.
  • Voldoende afzuiging en ventilatie en een schone werkruimte, afgestemd op de blootstelling en de omvang van de ruimte.
  • Ademhalingsbeschermingsmiddelen te verstrekken, als bovenstaande maatregelen niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen. Op basis van metingen of beoordelingen met erkende (digitale) tools moet bepaald worden welke ademhalingsbeschermingsmiddelen geschikt zijn.

Beperk ook de blootstelling aan (fijn)stof bij schoonmaak. Bij het opruimen van stof kan er een hoge blootstelling zijn als er gebruik wordt gemaakt van vegers of bezems. En nog sterker bij ruwe vloeren. Zorg daarom voor een gladde, egale vloer en gebruik schoonmaakmethodes om opdwarreling van stof zoveel mogelijk te beperken, zoals nat reinigen, opzuigen of eerst bevochtigen voor verwijdering.

Nanodeeltjes

Nanodeeltjes kunnen zijn verwerkt in onder meer lakken, coatings, versterkers van beton en cement. Zeer kleine deeltjes kunnen vrijkomen, diep in het lichaam dringen en gezondheidsschade veroorzaken. Het dient bekend te zijn waar nanodeeltjes in zijn verwerkt, er zijn afspraken nodig over welke activiteiten en bewerkingen uitgevoerd mogen worden. Denk aan zagen, slijpen, schuren etc. De hogeschool verzorgt hier voorlichting over aan docenten en studenten.
Verder dienen preventieve maatregelen genomen te worden om blootstelling te voorkomen, zowel aan de bron (beperken van het gebruik of van de verwerking van materialen en middelen met nanodeeltjes), technische maatregelen (bronafzuiging, omkasting) als het verstrekken en dragen van PBM's.

Dampen van oplosmiddelen en harders

De aanpak is er steeds op gericht om de blootstelling aan damp van oplosmiddelen en harders zo laag mogelijk te houden door:

  • keuzes voor werkmethodes met de minste dampvorming (bijvoorbeeld gebruik van gesloten maltechnieken in plaats van open maltechnieken)
  • gebruik van bronafzuiging in combinatie met afdoende ruimtelijke afzuiging (hierbij rekening houden dat bijvoorbeeld styreendampen laag bij de grond blijven hangen), afgestemd op de blootstelling en de omvang van de ruimte
  • werkzaamheden waarbij damp vrijkomt in een aparte ruimte of buiten te verrichten
  • een dampvrije kantoorwerkplek creëren voor docenten in/nabij de praktijkruimte
  • ademhalingsbeschermingsmiddelen te verstrekken, als bovenstaande maatregelen niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen. Zie voor de benodigde PBM’s het VIB/SDS van de leverancier (NB. Bij een open maltechniek kunnen bijvoorbeeld een chemisch pak met volgelaatsmasker en dubbellaagse handschoenen vereist zijn).

3D printers

Tijdens het 3D printproces wordt gewerkt met een variëteit aan materialen (filamenten), die elk anders reageren onder verhitting. Denk aan Acrylonitrile Butadiene Styrene (ABS) en Polylactic Acid (PLA).

Ook vrijkomende metaaldeeltjes zoals titanium of aluminium kunnen bij inademing leiden tot relatief onschuldige klachten zoals niezen en hoesten, maar ook tot serieuze ziekten zoals longfibrose.

Metaaldeeltjes kunnen ingeademd worden bij het vacuüm reinigen van de bouwkamer van de 3D metaalprinter om poederrestanten van eerdere 3D prints te verwijderen. Ook het aanbrengen van nieuwe poedercompartimenten gaat vaak vooraf aan het maken van een nieuwe metaalprint.
Ook nabewerkingen zoals schuren, boren of zagen (bijvoorbeeld om ondersteuningsmaterialen te verwijderen of het oppervlak van de 3D print te perfectioneren) resulteren in contact met kleine metaaldeeltjes.

Maatregelen

  • Kies PLA als het belangrijkste type filamenten en vermijd het gebruik van gevaarlijkere filamenten zoals ABS.
  • Verlaag waar mogelijk de temperatuur van de nozzle van de printer tot het lagere smelttraject dat is opgegeven door de leverancier van het filament. Daarmee wordt de emissie van gevaarlijke stoffen verminderd.
  • Afhankelijk van de grootte van de printer, het aantal printers in de ruimte, de emissies en de omvang van de ruimte waarin gewerkt wordt, kan volstaan worden met ventilatie of is er bij ongunstige omstandigheden aanvullende objectafzuiging, afzuigkast en/of een 3D-printer met filter vereist. Een risicobeoordeling voor de eigen specifieke omstandigheden is dus vereist.

Zie ook de machineveiligheid bij het gebruik van 3D printers.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Eén van de belangrijkste problemen bij de composietverwerking is de grote verscheidenheid aan persoonlijke beschermingsmiddelen bij het uitvoeren van kleine werkzaamheden: transport van de harsen, het mengen van de hulpstoffen bij het hars, de verwerking van het hars, de eindbewerking, het reinigen van de werktuigen en de mallen. Bij al deze taken, die soms weinig tijd in beslag nemen, hoort een specifieke individuele bescherming. PBM’s moeten tijdens een werkdag veelvuldig omgewisseld worden.

Bijvoorbeeld: Bij de hand lay-up methode om grote vormdelen van glasvezelversterkte polyesterhars of epoxyhars te bouwen worden de volgende PBM’s ingezet:

  • wegwerphandschoenen, gesloten werkkleding en filtermaskers tijdens het lamineren.
    NB. Let op dat de klasse van deze PBM’s geschikt is voor de chemische stoffen waarmee gewerkt wordt. Zie bijvoorbeeld bij handschoenen de drie beschermingsniveaus op basis van permeatie (Type A, Type B of Type C) en de kleurcodering voor filters in maskers.
  • veiligheidsbrillen en handschoenen bij het mengen van de versneller (methylethylketonperoxide) met het polyesterhars
  • stofmaskers en gehoorbescherming tijdens de eind- en nabewerkingen
  • halfgelaatsmaskers met filter en stijve vinylhandschoenen voor het werken met methyleenchloride tijdens het reinigen van de werktuigen en de mallen
  • in moeilijk te ventileren ruimtes wordt bij het aanbrengen van de polyesterlagen een volgelaatsmasker, gevoed met verse perslucht, gedragen.

Zorg dat al deze PBM’s aanwezig zijn, dat docenten en studenten zijn geïnstrueerd over het gebruik ervan en dat er toezicht is op de naleving van de voorschriften met betrekking tot PBM’s.

Terug naar overzicht