zoeken

Arbobeleid

Arbobeleid (arbeidsomstandighedenbeleid) gaat over veilig en gezond werk. Werkgevers én werknemers hebben ieder een eigen belang én verantwoordelijkheid om het werk veilig en gezond te houden. Werknemers hebben meer plezier in hun werk en blijven langer fit en de opbrengsten voor de werkgever zijn minder verzuim en meer productiviteit. Bovendien zijn goede arbeidsomstandigheden op te vatten als een belangrijke arbeidsvoorwaarde, waarmee een werkgever zich kan onderscheiden op de arbeidsmarkt.

Inhoud

In het hoger beroepsonderwijs wordt opgeleid voor een breed scala aan beroepen. Van pedagogische tot technische beroepen en van kunst- tot agrarisch onderwijs.  Vanwege deze  breedte komen vrijwel alle beschreven arbeidsrisico's ergens in het hoger beroepsonderwijs voor. 

Door de grote variatie aan opleidingen wisselt bovendien de mate waarin risico wordt gelopen en deze  risico's worden bij de verschillende opleidingen dan ook verschillend  benaderd, zonder dat aan de wettelijke grondslag getornd wordt. 

De creativiteit en inventiviteit in maatwerkoplossingen is groot en elke oplossing kan worden gezien als inspiratiebron voor de hele sector. In de afgelopen jaren is een groot aantal van deze benaderingen als arbopraktijkvoorbeeld verzameld en opgenomen in de rubriek Praktijkvoorbeelden in de Arbocatalogus hbo.

Wettelijk kader

De volgende artikelen uit de Arbowet zijn van toepassing op het thema Arbobeleid: 

Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)

Een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) is een in de Arbeidsomstandighedenwet genoemde verplichting ter bevordering van veilig en gezond werken. De belangrijkste elementen zijn:

  • Bij het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid legt de werkgever in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich meebrengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) bevat tevens een beschrijving van de gevaren, de risicobeperkende maatregelen en de risico’s voor bijzondere categorieën van werknemers.
  • De medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht over de inhoud, de opzet en de uitvoering van de RI&E, en daarna recht op terugkoppeling van de resultaten. 
  • Een plan van aanpak waarin wordt ingegaan op maatregelen in verband met de bedoelde risico’s maakt deel uit van de risico-inventarisatie en -evaluatie. In het plan van aanpak wordt tevens aangegeven binnen welke termijn deze maatregelen worden genomen.

De uitvoering van de RI&E kan de werkgever zelf organiseren met gebruikmaking van gecertificeerde Arbokerndeskundige(n) of extern uitbesteden aan bijvoorbeeld een arbodienst. De werkgever is verplicht om ‘preventiemedewerkers’ aan te stellen. Deze heeft onder meer als taak om medewerking te verlenen aan het verrichten en opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie als bedoeld in artikel 5 van de Arbowet.

Branche-RI&E
In 2017 is met gebruikmaking van een expertteam van Arboprofessionals uit het hbo een digitale branche-RI&E voor de hbo-sector beschikbaar gekomen. Hogescholen zijn niet verplicht om hier gebruik van te maken, maar het grote voordeel is het hbo-specifieke karakter. Voor de meest voorkomende risico’s zijn specifieke vragenlijsten ontwikkeld waaruit onderdelen geselecteerd kunnen worden. De deelnemende hogeschool kan er zodoende voor zorgen dat de wijze waarop de risico-inventarisatie en -evaluatie wordt uitgevoerd aansluit bij het arbobeleid, de besturingsfilosofie en specifieke bedrijfscultuur van de eigen hogeschool. Bovendien worden de kosten gedragen door het sectorfonds. Meer informatie en stappenplan voor aanvraag

Voorbeelden van hogescholen die de RI&E zelf organiseren zijn te vinden onder ‘Praktijkvoorbeelden’ (type in de zoekbalk RI&E).

Bedrijfshulpverlening (BHV)

In de Arbowet staat dat organisaties verplicht zijn om doeltreffende maatregelen te nemen op het gebied van bedrijfshulpverlening. Iedere werkgever moet voorbereid zijn op ongevallen, brand en ontruiming van het bedrijf. De werkgever wijst een of meerdere werknemers aan om de rol van zogeheten bedrijfshulpverlener (BHV’er) te vervullen. Bij het bepalen van de ontruimingsaanpak en het aantal BHV’ers moet rekening worden gehouden met de grootte van het bedrijf en de mogelijke risico’s.

Meer informatie hierover is te vinden in de Handreiking bedrijfshulpverlening van de Stichting van de Arbeid.