zoeken

Ongewenst gedrag

Inventarisatie van ongewenst gedrag door derden (RI&E)

De werkgever brengt in het kader van de RI&E in kaart hoe groot het risico op agressie en andere vormen van ongewenste gedrag door derden is.

 Bronnen daarvoor zijn:

  • incidentmeldingen en -registratie
  • MTO-rapportages
  • eventuele andere rapportages, zoals van de beveiliging.

In de RI&E moet aandacht worden besteed aan alle onderdelen van ongewenst gedrag en ook waar en hoe het voorkomt; bij welke werkzaamheden, tijdstippen en situaties, zoals een onoverzichtelijke omgeving. Extra aandacht wordt in de RI&E besteed aan afdelingen met een verhoogd risico op agressie door derden. Als uit de RI&E blijkt dat ongewenst gedrag door derden een knelpunt vormt in de hbo-instelling of in een onderdeel daarvan, breng dan met een verdiepend onderzoek in kaart wat de oorzaken daarvan zijn (bv. gebouwgebonden oorzaken, doelgroep, werkwijze, leiderschapsstijl e.d.). Leg de resultaten daarvan vast in de RI&E en neem de te nemen maatregelen op in het plan van aanpak.

Bij maatregelen valt te denken aan richtlijnen en het trainen van docenten bij slecht-nieuws gesprekken met studenten, bv. bij het niet behalen van een bindend studieadvies of onvoldoendes bij examens, tentamens of bij een eindverslag van een afstudeerwerk. De richtlijnen kunnen bevatten:

  • gesprekstechnieken bij het brengen van slecht nieuws
  • de student wijzen op de mogelijkheid van een bezwaar of beroep (bij bv. de examencommissie)
  • de afspraak dat gesprekken waar agressie mogelijkerwijs kan optreden, door twee docenten worden gevoerd
  • alarmsysteem en alarmprocedure

Docenten zijn op de hoogte van de gedragsregels voor studenten (en ouders) en passen het sanctiebeleid bij overtreding hiervan consequent toe. Hierbij worden ze gesteund door hun leidinggevende.