zoeken

Ongewenst gedrag

Aanpak daders

Leg vast hoe daders van agressie, geweld en ander ongewenst gedrag door derden aangepakt worden. Maak onder meer duidelijk:

  • hoe en door wie daders worden aangesproken
  • de mogelijke sancties en volgens welke procedure die worden opgelegd.Zorg daarbij:
    • dat het sanctiebeleid op schrift is vastgelegd en openbaar is gemaakt
    • dat de sancties zwaarder worden bij ernstige overtredingen van de huisregels en bij recidive
    • dat een sanctie niet eerder wordt opgelegd dan nadat de overtreder in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord
    • dat een sanctie met redenen omkleed, binnen een vastgestelde, korte termijn  aan de overtreder wordt medegedeeld.
    • dat disciplinaire maatregelen voor studenten met instemming van de Medezeggenschapsraad zijn opgenomen in het Studentenstatuut. Een disciplinaire maatregel voor een student kan variëren van een aanwijzing of waarschuwing tot een (tijdelijke) verwijdering van de hogeschool en/of tot aangifte bij de politie. Voor studenten is de op basis van de WHW en het Studentenstatuut geldende rechtsbescherming van toepassing (zie voor een voorbeeld-studentenstatuut de Praktijkvoorbeelden).

Ook legt een hogeschool vast hoe verder om te gaan met studenten en ouders na een incident op het gebied van ongewenst gedrag, bv een agressie-incident. In gedragsregels en/of het studentenstatuut wordt opgenomen welke sancties kunnen worden genomen tegen de betreffende student.

En na elke sanctie wordt ook door de hogeschool bezien hoe met de student of ouder wordt omgegaan nadat sanctie is uitgevoerd. De aanpak is mede afhankelijk van de ernst van het incident. Belangrijk onderdeel van de aanpak is hoe de medewerker, die slachtoffer was van het incident, hierbij wordt beschermd.

In geval van mogelijk strafbare feiten wordt aangifte gedaan bij de politie, tenzij het slachtoffer zwaarwegende redenen heeft waarom aangifte niet wenselijk is. Ook kan eventuele schade op de dader worden verhaald.

Zorg daarbij:

  • dat de hbo-instelling, als werkgever, in beginsel altijd aangifte doet bij bedreiging en fysiek geweld die een strafbaar feit opleveren (tenzij het slachtoffer zelf aangifte wenst te doen) en dit daarnaast ook van de medewerkers verwacht
  • dat als er materiële en/of immateriële schade is geleden de wens tot schadevergoeding in de aangifte wordt aangegeven (dit is van belang om de schade via voeging in het strafproces terug te vorderen)
  • dat de medewerker die aangifte doet altijd domicilie kiest op adres van de werkgever, om zo zijn huisadres buiten de aangifte te houden
  • dat tijd vrij gemaakt kan worden voor het (zelf) doen van aangifte en het begeleiden van medewerkers, ook bij het verhalen van schade door het slachtoffer op een andere manier dan via voeging in het strafproces.