zoeken

Ongewenst gedrag

Instructie aan leidinggevenden en andere functionarissen

Enkele medewerkers dienen naast voorlichting ook onderricht te ontvangen, waarbij ze vaardigheden aanleren om beter om te gaan met ongewenst gedrag. Of om -waar nodig- adequaat in te kunnen grijpen.

Daarbij gaat het om:

  • medewerkers waarbij uit de risico-inventarisatie blijkt dat ze slachtoffer kunnen worden van (intern) ongewenst gedrag; Zie ook Voorlichting en onderricht over agressie en geweld door derden.
  • medewerkers van het decanaat en studentenbegeleiders die omgaan met studenten die geconfronteerd zijn met ongewenst gedrag.
  • leidinggevenden, docenten en andere functionarissen die getuige kunnen zijn van ongewenste gedrag binnen het team, de klas of een ander intern samenwerkingsverband (hetzelfde geldt overigens voor medewerkers die geconfronteerd kunnen worden met agressie of ander ongewenst gedrag van derden, en ook hun leidinggevenden).
    Adequaat reageren is van groot belang. Dat vergt alert zijn op soms onduidelijke signalen. Zaken vroegtijdig op een goede manier ter sprake brengen, kan erger voorkomen. Het adequaat aanpakken van ongewenst gedrag vraagt specifieke vaardigheden. Dat zorgt ervoor dat zij:
    • ongewenst gedrag herkennen
    • weten hoe ze moeten ingrijpen
    • de noodzaak inzien van voorbeeldgedrag.

Stimuleer leidinggevenden, onder andere in functioneringsgesprekken en training dat ze daadwerkelijk ingrijpen als zij worden geconfronteerd met ongewenst gedrag.