zoeken

Kop -schaaf _nieuw


M’n eerste burn-out was tijdens m’n studie

"Ik studeerde en had tegelijkertijd m’n eigen communicatiebedrijf. Dag en nacht was ik aan het werk en aan de studie. Ik was 23 jaar en viel om. Ik zag het niet aankomen. Een paar maanden heb ik thuis gezeten, als een zombie. Ik keek hele dagen TV. Naar de supermarkt gaan was al een opgave. Mijn bedrijf en studie, ik liep stage toen, heb ik een paar maanden 'on hold' gezet, langzaamaan krabbelde ik toen weer op.”

"Achteraf gezien had ik een burn-out, maar dat had ik niet door. Ik heb de ernst van mijn situatie toen niet op waarde geschat. Ben er ook niet mee naar een dokter geweest. Ik hou het wel vol, ik kom er wel doorheen dacht ik. En ik nam mezelf stellig voor: dit overkomt me niet nog een keer.

Acht jaar later, ik was inmiddels vijf jaar docent, ging het weer mis. Dit keer herkende ik de symptomen wel. Ik was voortdurend moe, begon steeds meer werk en klussen uit te stellen, ging slechter communiceren met collega’s, was kortaf en kribbig. Maar herkennen was niet genoeg. Ik raakte overspannen. Dit keer was het wel een 'wake-up call', ik moest echt anders gaan werken en leven…”. 

Grenzeloze tijd

“In het team waar ik werkte was ik de jongeling tussen oude rotten in het vak. Ik wilde niet voor hen onderdoen en probeerde daarom net zo sterk en ervaren te zijn.

Daardoor legde ik de lat te hoog voor mezelf. Ik kon in die tijd moeilijk grenzen stellen, ik zei nooit ‘nee’. Deels uit enthousiasme maar ook door een perfectionistische en zelfkritische houding. Ik maakte veel overwerkuren om alle beloften die ik deed ook echt waar te kunnen maken. En dat liep dus spaak. Amper dertig en mijn tweede overspannenheid was een feit."

"Toen ik weer aan het werk ging heb ik een jaar lang mijn werkuren bijgehouden. Waar stopte ik mijn tijd in en waar wilde ik die vooral aan besteden? Daar begon ik door die exercitie inzicht in te krijgen. Vanuit de hogeschool is er bijvoorbeeld jaarlijks een aantal uur gereserveerd voor opleidingsoverleggen. In werkelijkheid besteedde ik daar vier keer zoveel aan. In overleg met het management heb ik toen de helft van de overleguren geschrapt. Dat gaf veel verlichting. Een goede stap dus.” 

Ik heb ook andere doelen in het leven

“Het zit in de onderwijscultuur om veel te doen, vol toewijding. Maar het zit ook in mij. Na de tweede burn-out ben ik naar een psycholoog gegaan om mijn eigen gebruiksaanwijzing beter te leren kennen. Ik heb daar veel aan gehad. Ik heb me toen de vraag leren stellen: ‘wat is normaal?’ Collega’s van me werken nog steeds veel over, voor hen is dat normaal. Voor mij niet meer: ik heb mezelf tot doel gesteld het werk af te krijgen binnen de gestelde tijd. Ik wil niet structureel overwerken. Ik heb ook andere doelen in het leven: ik wil goed zorgen voor mijn gezin en wil iets betekenen voor mijn buurt en kerk. Dat raakt ook diep aan mijn christelijke geloofsovertuiging. Als ik kijk naar God, hoef ik me als mens niet zo te manifesteren. Ik mag met mijn talenten anderen dienen, en dat is goed genoeg.”

“Werk blijft belangrijk voor me, maar het moet een gebalanceerde plek hebben. En dat is inmiddels ook zo. Ik heb geleerd ‘nee’ te zeggen. Niet als een daad van verzet of desinteresse, maar juist uit overtuiging en toewijding voor datgene wat ik doe. Ik zeg dan eigenlijk ook niet ‘nee’, maar ik zeg ‘ja’. Ja, tegen mezelf en de dingen die de meeste betekenis hebben. En de grap is dat als je nee zegt tegen een verzoek, er helemaal niks vreselijks gebeurt. De vrager probeert het dan gewoon bij een ander. Het was voor mij een ontnuchterend en opluchtend inzicht ineen.” 

Wie continu overwerkt, heeft werk te doen

“Ook heb ik geleerd om doelen te stellen en die efficiënt na te streven. Het boek ‘Getting things done’, van David Allen, heeft me daar enorm bij geholpen. Het is een zelfhulpboek met praktische tips om efficiënter te werken. Een soort van time-management. Voor mij werkt dat echt. En dat is fijn, want ik begon al aan mezelf te twijfelen. Ben ik wel geschikt voor het werk als docent, vroeg ik me af. Inmiddels is dat gelukkig geen vraag meer. Ik heb nu zelfs twee banen: naast het docentschap werk ik ook nog bij een ontwikkelingsorganisatie.” 

Coach elkaar

“Ik heb een tijdlang moeten afkicken van mijn werkverslaving. In het begin voelde het als stoppen met roken. Veel werken zat zo in mijn system, dat minderen me onrustig maakte. Nog steeds zijn er overvolle weken, maar overwerken voelt niet lekker en vertrouwd meer. En dus neem ik op tijd maatregelen.”

“Ik ben mijn ervaringen gaan inzetten naar collega’s. Ik spreek hen aan als ze steeds gestresst ogen of als ik vermoed dat ze overwerkt raken. Als je daar eenmaal geweest bent, herken je dat snel bij anderen. Ik vind het een collegiale plicht om oog te hebben voor elkaar. En als maar genoeg mensen dat doen, kantelt de ziekmakende overwerkcultuur. Als docent moet je ook ‘voorlever’ zijn. Wij zijn rolmodellen. Studenten spiegelen zich aan ons, dus wil ik niet gespannen en ongezond werken en leven.

Dat betekent praktisch gezien bijvoorbeeld dat ik niet een hele dag vol plan met studentgesprekken. Voor de laatste paar heb ik dan namelijk geen frisse energie en aandacht meer. Dat vind ik niet goed voor hen en niet voor mezelf. Ik wil tegen beiden ‘ja’ zeggen. Zowel tegen mijn studenten als tegen mezelf. Dat kan alleen, door ook op tijd ‘nee’ te zeggen."